Evaluatie van het proces van heroverweging van de inkooprelatie met Intervence
Dit rapport onderzoekt hoe de Zeeuwse gemeenten het proces hebben voorbereid en uitgevoerd om de inkooprelatie met jeugdbeschermingsorganisatie Intervence te heroverwegen. De onderzoekers laten zien dat dit traject uitmondde in een crisis, waarin de gemeenten onverwacht probleemeigenaar werden nadat Intervence in zwaar weer kwam. Zij concluderen dat de continuïteit van de jeugdbescherming ernstig onder druk stond en dat de gemeenten uiteindelijk de regie uit handen moesten geven aan het Rijk. Het rapport benadrukt dat het jeugdzorgstelsel zelf structurele knelpunten heeft, zoals beperkte marktwerking en sterke afhankelijkheden, waardoor ingrijpen lastig was. Ook hadden de gemeenteraden door de complexe governance en tijdsdruk weinig invloed en werden ze achteraf grotendeels voor voldongen feiten gesteld. De rekenkamer beveelt aan om bij zulke crises duidelijkere afspraken te maken over informatievoorziening en rolverdeling tussen raad, college en regionale bestuurders. Daarnaast adviseren zij om de relatie met gecertificeerde instellingen niet louter als opdrachtnemer-opdrachtgever te zien, maar meer als een publiek partnerschap. Dit rapport nodigt alle betrokken gemeenten uit om lering te trekken uit deze situatie en in gesprek te gaan met het Rijk over verbeteringen in de jeugdbescherming.